Vanuit het dak van de majestueuze boerenschuur, op het terrein van de Sint Paulusabdij, stroomde onafgebroken een straal fijne zandkorrels naar beneden. Op de vloer hoopte het zand zich eindeloos op. Je bevond je als het ware in een reusachtige zandloper. Met het verschil dat je niet wist hoeveel zand, en dus tijd, er nog resteerde.
De ingetogen installatie Duin der Dagen zwengelde een besef van tijd en existentie aan en wekte een gevoel van nietigheid op, zeker naarmate steeds meer zand zich ophoopte. De mens is niet meer dan een zandkorrel op de tijdlijn van het al.


